|

Dierenkliniek Joure Oer de Feart 161 T. 0513 - 41 21 66
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
|
|
|
Hieronder treft u veel informatie aan over de verzorging van uw hond. Klik hier als u meer informatie wilt over uw kat Klik hier als u meer informatie wilt over uw paard
Vermist Jaarlijks lopen in Nederland honderden katten, honden en andere huisdieren weg. Een groot deel van hen vindt de weg naar huis nooit meer terug. Meestal zijn ze niet herkenbaar en niet geregistreerd. Daardoor is het enorm moeilijk om hun eigenaren terug te vinden! Tatoeages zijn na verloop van tijd vaak niet meer goed te lezen en zijn bovendien niet voor alle diersoorten geschikt. Daarnaast is het tatoeëren bepaald geen pretje voor het dier. Halsbandjes en naamkokertjes kunnen relatief makkelijk worden verloren, vooral tijdens de avontuurlijke tochten die uw huisdier maakt!
Gevonden Tegenwoordig is er een nieuwe, unieke identificatiemethode: elektronische identificatie. Vanwege de lange naam ook wel kortweg "chippen" genoemd. Met een chip is uw huisdier altijd te herkennen, want iedere chip heeft een eigen, unieke code. De chip is kleiner dan een dubbeltje, maar voor u en uw huisdier goud waard!
Een chip, wat is dat en hoe wordt hij ingebracht? De chip is een gesloten buisje van bio-glas, met daarin een microchip en een spoeltje dat als antenne fungeert. Klein is hij zeker: de Back Home chip is slechts 13,4 mm lang en heeft een doorsnede van 2 mm! Het bio-glas, zorgt ervoor dat de chip niet wordt afgestoten en dat het met het weefsel vergroeit. Op de microchip is de unieke code opgeslagen. Het spoeltje stuurt deze code naar het afleesapparaat. De chip wordt ter hoogte van de nek door een eenvoudige injectie onder de huid ingebracht.
Een chip aflezen De code van de chip kan met een afleesapparaat (reader) worden afgelezen. De chip zelf doet niets; er zit geen batterijtje in en uw huisdier zal niet eens merken dat bij of zij een chip draagt! Pas op het moment dat er een afleesapparaat bij de chip wordt gehouden, gebeurt er iets. Het afleesapparaat geeft een onschadelijk signaal af, waardoor de chip actief wordt met de identificatiecode van het betreffende dier antwoordt. Invloeden van buitenaf hebben overigens absoluut géén effect op de chip!
Registratie Nadat uw huisdier bij ons van een chip is voorzien, vullen wij het registratieformulier in. Deze gegevens worden opgeslagen in een speciale databank: de Nederlandse Databank Gezelschapsdieren. Na ontvangst van uw registratieformulier krijgt u een bewijs van inschrijving. Vanaf dat moment is uw dierbare vriendje altijd weer thuis te brengen!
Buitenland Neemt u uw huisdier wel eens mee op vakantie? Geen probleem! De door ons gebruikte "Back Home" chip kan namelijk óók in het buitenland gelezen worden, mits 'ISO-standaard' afleesapparatuur wordt gebruikt. Aangezien de identificatiecode van de Back Home chip met de Nederlandse landencode begint ('528'), is in het buitenland meteen duidelijk dat er contact moet worden gezocht met een Databank in Nederland! Om uw hond naar Engeland, Zweden en Noorwegen mee te nemen is chippen verplicht! Inleiding Vlooien zijn kleine bruine parasieten die niet alleen op huisdieren leven, maar vooral ook in de omgeving. Als eitje, larve, pop of vlo houden zij zich schuil in kieren en naden of in bijvoorbeeld de mand van uw huisdier. Een vrouwtjesvlo legt honderden eitjes in haar leven. Die komen na 3 weken tot 6 maanden uit en kunnen als volwassen vlo tot veel problemen leiden: zij veroorzaken jeuk en zuigen bloed bij hun gastheer (voornamelijk bij uw huisdier, maar eventueel ook bij de mens). Daardoor kan met name bij puppies en kittens bloedarmoede ontstaan. Bovendien draagt de vlo lintwormen over.
Symptomen Jeuk: met name op de rug bij de staartbasis, in de liezen en aan de buik. Vaak ontstaan er door het krabben wondjes, korstjes en verdikkingen van de huid. Als bijkomende reactie worden soms bacteriële huidontstekingen, ernstige roos of oorontsteking gezien. In ernstige gevallen wordt het dier allergisch voor vlooienspeeksel met als gevolg enorme jeuk van slechts één enkele vlooienbeet.
Diagnose Een makkelijke manier om erachter te komen of uw huisdier vlooien heeft, is om met een vlooienkam te kammen. U kunt dan ofwel de vlo direct zien, ofwel zwart bruine kleine "kruimeltjes" zien, die op een vochtige tissue rood verkleuren. De bestrijding Als u de vlooien gaat bestrijden, behandel dan alle honden en katten in huis! Er zijn vele middelen verkrijgbaar, die sterk verschillen in veiligheid, werkzaamheid en prijs. Wij adviseren het volgende behandelingsschema:
HOND en KAT: Elke 4-6 weken met Frontline-spray of Frontline-pipetten behandelen (eventueel aangevuld met Program (tabletten voor de hond, vloeistof of injectie voor de kat)). HUIS: Eén keer in de 4 maanden de omgeving sprayen met Vetkem-spray: Huis eerst grondig dweilen en stofzuigen. Daarna het hele huis, maar vooral kleden, manden, kieren en naden sprayen met Vetkem-spray. Denk ook aan plaatsen zoals auto, bijkeuken en schuur! Na deze behandeling minimaal drie dagen het huis niet stofzuigen. Let op: deze spray is giftig voor vogels en vissen, als mogelijk deze dieren enkele uren verwijderen uit de gesprayde ruimte (aquarium eventueel afdekken).
Wist u dat?
1 vlo op het dier: 99 eitjes, larven of poppen in huis geven? Poppen niet met de stofzuiger weg te zuigen zijn? Poppen een dikke wand hebben die niet doorlaatbaar is voor insecticiden? 80% van de jeukklachten bij hond en kat door vlooien veroorzaakt worden? Bijna alle vlooien op de hond, kattenvlooien zijn? Vlooienlarven zich met 1,5 meter/uur kunnen verplaatsen? Kokosmatten en oude plankenvloerdelen, gewilde verblijfplaatsen zijn?
Inleiding Er zijn 3 soorten wormen die een rol spelen bij de hond. Hieronder zullen zij een voor een aan bod komen, dus lees verder! Spoelworm De spoelworm is voor de hond de belangrijkste worm. Veel honden zijn met spoelwormen besmet. Het leefmilieu van de spoelworm is de dunne darm. Hij is circa 10 cm lang, rond van vorm en bleekroze van kleur. De spoelworm legt elke dag veel eieren, die met de ontlasting van de hond worden uitgescheiden. Honden besmetten zich door bijv. snuffelen aan de ontlasting van andere honden of likken aan de vacht. Bij jonge pups speelt een andere weg van besmetting nog een rol. Zij kunnen nl. al in de baarmoeder en via de moedermelk besmet worden.
Symptomen
Jonge puppies kunnen bij een ernstige besmetting een z.g.n. "wormbuikje" hebben dat wil zeggen een bol buikje, diarree, slechte groei, een doffe vacht en bloedarmoede. Soms zijn de wormen in de ontlasting of braaksel te zien. Vaak zullen wij aan onze hond niets merken en kunnen wij de besmetting alleen aantonen door microscopisch onderzoek op wormeieren in de ontlasting. Echter wormen verminderen de conditie en weerstand van uw hond! Dus: Jonge pups 1 maal per maand ontwormen vanaf de leeftijd van 3 weken tot een half jaar. Volwassen honden 2 maal per jaar ontwormen.
Lintworm De lintworm leeft in de dunne darm van onze hond, is plat van vorm en kan van enkele centimeters tot meters lang worden. Een lintworm bestaat uit een kop, hals en een groot aantal schakels en is plat van vorm. De lintwormschakels kunnen loslaten, waardoor ze spontaan uit de anus kruipen of met de ontlasting naar buiten komen. Lintwormen hebben een tussengastheer nodig om hun levenscyclus te voltooien. Deze tussengastheer is voor de hond meestal de vlo. De vlo eet aan de lintwormschakels, die gevuld zijn met eieren en daarna besmet de hond zich door zo'n besmette vlo op te likken.
Symptomen In de ontlasting kunnen kleine witte wormpjes zitten van circa 1 à 2 cm lang, die vaak nog bewegen. Soms zijn ze opgedroogd en zien ze eruit als gele rijstkorrels, die rond de anus plakken.Bij een ernstige besmetting kan uw hond vermageren, maar vaak kan een besmetting ongemerkt verlopen. Echter ook hier geldt weer: een wormbesmetting vermindert de conditie en weerstand van uw hond! Dus: Een goede ontworming tegen lintworm (bijv. drontal) als u de lintwormschakels ziet. Daarnaast ontvlooien (bijv. met frontline), zodat uw hond zich niet herbesmet via vlooien
Zweepworm De zweepworm leeft in de dikke darm van uw hond. Hij is circa 8 cm lang en rond van vorm. Het dunne gedeelte van de worm boort zich diep in het slijmvlies van de dikke darm. Gelukkig komt de zweepworm niet vaak voor. Het is met namen een kennelprobleem.
Symptomen De hond krijgt een slechte conditie en heeft een waterige diarree met verse sporen bloed erin. Een definitieve diagnose zal via microscopisch onderzoek van de ontlasting moeten plaatsvinden.
Dus goed ontwormen en hygiënische maatregelen nemen.
|
Het nieuwe jaar wordt in ons land traditioneel ingewijd met het afsteken van vuurwerk. Helaas vallen daarbij vaak veel slachtoffers. Niet alleen onder mensen, maar ook onder dieren. Veel honden en katten zijn bang voor vuurwerk. Ze kunnen zo schrikken van de knallen dat ze in paniek de straat op rennen. De kans dat ze dan ergens tegenaan lopen of geraakt worden door een vuurpijl is groot. Hieronder vind u een aantal tips om onnodig dierenleed tijdens de jaarwisseling te voorkomen. Laat de hond uitsluitend aangelijnd uit; op 31 december kunt u de hond het beste ’s avonds voor 22.00 uitlaten. Houd uw kat in huis en zorg ervoor dat alle deuren en ramen gesloten zijn. Doe uw hond of kat een naamkokertje of naamplaatje met adres om. Zorg ervoor dat er tijdens het vuurwerk minstens één persoon bij de dieren blijft. Als uw dier erg bang is voor vuurwerk, haal dan van tevoren bij de dierenarts kalmeringstabletjes. Laat aan uw dier zien dat er eigenlijk niks is om bang voor te zijn; u doet dit door u zelf zo normaal mogelijk te gedragen. Als u zelf vuurwerk afsteekt, doe dat dan alleen tijdens de jaarwisseling (direct na 24.00 uur). Steek nóóit vuurwerk af in de buurt van dieren. Ook dieren die in de wei staan kunnen schrikken en zich in hun angst verwonden of ongelukken veroorzaken InleidingAllergieën of overgevoeligheidsreacties zijn een belangrijke oorzaak van jeuk en huidklachten bij onze huisdieren. De verschijnselen variëren van af en toe een beetje jeuk tot onophoudelijk bijten, likken en krabben, soms tot bloedens toe. Oorzaak De problemen worden veroorzaakt doordat het dier overgevoelig is voor bepaalde stoffen in zijn omgeving. Het best valt dit te vergelijken met hooikoorts bij de mens, ook hier is sprake van een allergische reactie op huisstof, graszaad en dergelijke. Bij honden blijken huisstof, huisstofmijten, mens- en kattenhuidschilfers het vaakst de boosdoener. Ook van het voedsel wordt veel gezegd dat dit allergieën zou opwekken. Dit is inderdaad mogelijk, maar uit onderzoek blijkt dat dit toch maar voor een klein deel van alle overgevoeligheidsreacties verantwoordelijk is. Als een dier in contact komt met een stof die niet in zijn lichaam thuishoort reageert hij hierop met een afweer reactie. Bij een allergische reactie gebeurt dit ook, maar dan heel sterk. Er is dus sprake van een soort paniekreactie van het lichaam op een betrekkelijk onschuldige stof. Waarom dit gebeurt is nog niet helemaal duidelijk, maar de gevolgen zijn duidelijk zichtbaar: jeuk !! Verschijnselen Het meest opvallende verschijnsel is natuurlijk jeuk. Terwijl dieren met vlooien vaak alleen jeuk hebben bij hun staart en op hun rug, zie je hier vooral jeuk aan kop, oorschelpen, poten en buik. De dieren likken en knagen aan hun poten en tussen hun tenen, schuren met de kop over de grond en krabben aan buik en oren. De huid kleurt door de voortdurende irritatie zwart en er zitten soms kleine puistjes op, die later openbarsten en kleine korstjes vormen. Voorkomen Allergieen komen voor bij alle rassen, maar bij sommige rassen zien we duidelijk meer problemen dan bij andere. Voorbeelden zijn Golden Retrievers, Terriers en Poedels. Diagnose De meeste dieren met jeuk hebben geen allergie. De belangrijkste oorzaak voor jeuk blijven vlooien. Ook luizen, teken, vachtmijten en schimmels kunnen huidklachten geven. Bovendien bestaan er ziekten van de huid zelf. Om vast te stellen of een dier allergisch is is het dus van belang eerst alle andere oorzaken voor de huidproblemen uit te sluiten. Om een voedingsallergie uit te sluiten kunnen we het dier gedurende zes weken dieetvoeding laten eten. Is er verbetering dan is een voedselallergie waarschijnlijk. Hiernaast kunnen we bij honden, net zoals bij mensen, een allergie test doen. We scheren dan een stukje huid kaal en spuiten hier een aantal stoffen in waarvan bekend is dat ze vaak problemen geven. Na een halfuur kunnen we de test aflezen. Op deze wijze zien we niet alleen of een dier allergisch is, maar ook waarvoor. Behandeling Hebben we eenmaal vastgesteld dat uw dier allergisch is dan zijn er verschillende manieren om dit te behandelen. Met medicijnen is het goed mogelijk om de klachten de kop in te drukken. Het is echter niet zo dat dit tot blijvende genezing leidt. Uw dier zal dus levenslang af en toe medicijnen nodig hebben. Een tweede manier van behandelen is desensibiliseren. We moeten dan eerst weten wat precies de allergie veroorzaakt, dus doen we een allergie test. Vervolgens wordt de patiënt gedurende enkele maanden ingespoten met een toenemende dosis van de stof die de problemen veroorzaakt. Op deze wijze hopen we het lichaam aan de stof te laten wennen, waardoor na verloop van tijd de allergie afneemt. U heeft hierbij ongeveer 65% kans op succes, maar hier moet wel bij opgemerkt worden dat als we niets doen er bij 50% spontane verbetering optreedt. Een ander nadeel van deze methode is dat het tamelijk prijzig is. Slaagt deze methode dan is het dier meestal voor lange tijd van zijn probleem verlost. Soms is het nodig om de behandeling op een later tijdstip te herhalen. Heeft het dier een voedselallergie dan is het zaak een soort voer te kiezen waarbij de klachten wegblijven. De simpelste oplossing is levenslang speciaal dieetvoer te geven. Erfelijkheid Uit het feit dat bepaalde rassen duidelijk meer problemen hebben mogen we aannemen dat het in zekere mate erfelijk bepaald is. Inmiddels is ook gebleken dat sommigen lijnen binnen een ras meer problemen hebben. Het is raadzaam terughoudend te zijn met fokken met allergische dieren. Samenvatting Huidklachten zijn een veel voorkomend probleem bij huisdieren. Allergieën zijn niet de belangrijkste reden hiervoor, maar geven wel langdurige klachten. Ieder dier dat verdacht wordt van een allergie dient goed onderzocht te worden om andere oorzaken uit te sluiten. Is eenmaal vastgesteld dat een dier allergisch is dan zijn er verschillende behandelingswijzen mogelijk. Wel moeten we ons realiseren dat het vaak levenslang een probleem voor het dier en zijn baasje blijft. De meeste teven zijn twee keer per jaar loops. Dit uit zich door een lichte bloeding. Vaak houdt een teef haarzelf goed schoon. De eerste loopsheid treed op in de periode tussen de 7e en de 15e maand. Daarna meestal regelmatig om de 6 maanden. U kunt het tijdstip het beste even noteren, zodat u van te voren ongeveer kunt berekenen wanneer uw teef loops kan worden.
Tijdens de loopsheid, die ongeveer 3 weken duurt, moet u uw teef goed in de gaten houden, zodat ze niet kan ontsnappen en er een ongewenste dekking tot stand komt. Laat haar dus gedurende deze tijd altijd aan de lijn lopen. Ook niet los om haar uit te laten rennen, want een dekking is gebeurt voordat je er erg in hebt. Als de loopsheid voorbij is kunt u de teef het beste helemaal in bad doen, zodat de geur van de loopsheid verdwijnt en de reuen niet meer lastig doen. Natuurlijk moet u niet vergeten ook het kussen of de plaid waar uw teef op ligt of slaapt en de mand na de loopsheid grondig te reinigen. Wat de reu betreft heeft u er alleen maar last van dat de reu soms vervelend kan doen door te zitten piepen en/of jammeren omdat er loopse teven in de buurt zijn. De ene reu heeft hier meer last van dan de andere. Vooral als de reu eens een keer een loopse teef heeft gedekt, dan wil het nog wel eens voorkomen dat hij de smaak te pakken krijgt en constant op zoek is naar loopse teven. Ten laatste, heeft er toch een ongewenste dekking bij de teef plaatsgehad, dan kunt u het beste onmiddellijk contact opnemen met uw dierenarts. De teef kan dan een kuur krijgen waardoor de eventuele bevruchting wordt afgebroken. Uw teef wordt daarna wel weer opnieuw loops, maar dat is beter dan ongewenste puppies. Inleiding De anaalklieren zijn twee kleine geurkliertjes die in de sluitspier van de anus ingebed liggen. Bij de voorouders van onze honden (wolven) gaven ze de ontlasting een speciaal geurtje. Hiermee werd het territorium afgebakend. Bij onze huishonden is deze functie grotendeels verloren gegaan. De kliertjes zijn er nog wel en kunnen voor veel overlast zorgen door overvuld of ontstoken te raken. Voorkomen Anaalklierproblemen zien we vaker bij bepaalde rassen optreden. Voorbeelden zijn Cocker Spaniels, Golden Retrievers, Pinschers, Duitse herders en Terriërs.
Klachten Honden kunnen zelf niet bij hun anaalklieren. Als de kliertjes overvuld of ontstoken zijn gaan ze in de omgeving (rond de staart) zitten likken en bijten, soms tot bloedens toe. Ook het zogenaamde sleetje rijden is een poging van de hond om van de irritatie en jeuk af te komen. De hond schuift hierbij met z'n achterste plat over de grond, vaak met de achterpoten omhoog. Een ander probleem is het anaalklierabces (steenpuist). Hierbij is een ontsteking ontstaan in de anaalklier en is het kliertje gevuld met pus. Dit baant zich vervolgens een weg naar buiten toe. Als het abces nog niet doorgebroken is ziet u naast de anus een zeer pijnlijke zwelling, is het wel doorgebroken dan ziet u naast de anus een klein gaatje waar bloed en etter uitkomt.
Diagnose Heeft uw hond jeuk bij zijn staartwortel, rijdt hij sleetje of ziet u een vreemde zwelling bij zijn anus, dan is de kans groot dat er iets mis is met z'n anaalklieren en is een bezoek aan uw dierenarts aan te raden. Uw dierenarts zal eerst kijken of er misschien nog andere oorzaken zijn voor de klachten (lintwormen, vlooien) en vervolgens de anaalklieren van de hond bevoelen. Aangezien de kliertjes in de sluitspier zitten betekent dit dat hij de hond rectaal zal moeten onderzoeken. Met een vinger in de anus wordt de anaalklier opgezocht en indien nodig leeggedrukt. Dit is voor de hond onaangenaam, maar alleen bij een ontsteking echt pijnlijk. Het stinkt wel!!
Behandeling In de meeste gevallen is het voldoende als uw dierenarts de kliertjes leegdrukt, maar in enkele gevallen is verdere behandeling noodzakelijk. Als de anaalklier ontstoken is, zal hij uw dier een penicilline kuur voorschrijven, eventueel aangevuld met medicijnen om de jeuk en irritatie de kop in te drukken. Anaalklierabcessen worden geopend en uitgespoeld, maar dit is meestal zo pijnlijk dat de hond een roesje krijgt. Ook hier wordt met penicilline nabehandeld om de ontsteking weg te krijgen. Bij sommige dieren helpt het leeg drukken van de kliertjes maar heel kort. Na enkele weken zijn ze weer vol en beginnen de problemen opnieuw. In deze gevallen is het verstandig om de klieren operatief weg te nemen, de hond is dan definitief van de problemen af.
Operatie Zoals gezegd is het mogelijk om de klieren operatief te verwijderen. De hond wordt verdoofd, de haren om de anus worden weggeschoren en de anaalklieren leeggedrukt. De kliertjes worden gevuld met een kunsthars om ze tijdens de operatie makkelijker terug te vinden. Naast de anus wordt een klein sneetje gemaakt en de anaalklier wordt uit de sluitspier gepeld en verwijderd. Vervolgens wordt de wond gehecht. De andere klier wordt op dezelfde wijze behandeld. De sluitspier mag niet worden beschadigd, want dit kan leiden tot incontinentie (het niet meer op kunnen houden van ontlasting).
Samenvatting Anaalklierproblemen komen vaak bij honden voor. Meestal is er sprake van jeuk in de buurt van de staart. De problemen zijn goed te behandelen, maar in hardnekkige gevallen kan een operatie de aangewezen weg zijn. Inleiding Epilepsie of vallende ziekte is een aandoening van de hersenschors die er toe leidt dat de patiënt tijdelijk de controle over een deel van zijn lichaamsfuncties verliest. Bekend zijn de toevallen waarbij de hond omvalt, hevige spierkrampen krijgt, schuimbekt en urine of ontlasting laat lopen. Er zijn echter ook mildere vormen van epilepsie.
Oorzaken Zoals gezegd wordt epilepsie veroorzaakt door een storing in de functie van de hersencellen. De oorzaak van deze storing kan gelegen zijn in de hersencellen zelf, maar ook allerlei ziekten elders in het lichaam kunnen het probleem veroorzaken. In veruit de meeste gevallen is er echter geen duidelijke lichamelijke afwijking te vinden en is er sprake van een kortdurende, tijdelijke ontregeling van de hersenfunctie. We spreken dan van primaire epilepsie.
Voorkomen Epilepsie komt regelmatig voor bij honden. Sommige rassen zijn duidelijk gevoeliger dan andere (Poedels, Welsh Springer Spaniels, Duitse Staande zijn voorbeelden), maar het kan bij ieder ras voorkomen. Echte (primaire) epilepsie komt zelden voor bij honden jonger dan acht maanden. Meestal openbaart de ziekte zich tussen het eerste en derde levensjaar. Bij oude dieren is er vaak een andere oorzaak. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld hersenbloedingen of gezwellen.
Diagnose Het is voor ons dierenartsen niet eenvoudig om vast te stellen of een dier epilepsie heeft. De toevallen duren zo kort dat de patiënt bijna altijd al weer uit de aanval is bijgekomen bij binnenkomst in de kliniek. Het verhaal van de eigenaar is daarom van groot belang. We willen graag weten hoe oud het dier is, hoe vaak de aanvallen optreden, hoelang ze duren, of er ook andere klachten zijn enzovoorts. Een probleem hierbij is dat de aanvallen meestal komen als het dier in rust is, dus vaak 's nachts. Het is daarom goed mogelijk dat een dier al meerdere aanvallen gehad heeft voordat het de baas opvalt. Bij jonge dieren met een duidelijk verhaal van toevallen is het meestal niet nodig om uitgebreid onderzoek te doen. Dit is wel het geval bij oudere dieren, of bij jonge dieren met meer klachten dan toevallen alleen. Aanvullend onderzoek kan bestaan uit bloedonderzoek, röntgenfoto's, hartfilmpjes etc.
Behandeling Aangezien de aanvallen maar kort duren en vanzelf verdwijnen is het niet altijd nodig om een epilepsie patiënt te behandelen. Een vuistregel is dat als het dier niet vaker dan eens per zes weken een toeval heeft en deze toevallen mild van aard zijn er geen behandeling nodig is. Komen de toevallen vaker of kort achter elkaar of heeft de patiënt zware toevallen, dan is het raadzaam het dier te gaan behandelen. Er zijn een aantal soorten medicijnen die gebruikt worden bij epilepsie, waarvan fenobarbital en het hier van afgeleide mysoline de belangrijkste zijn. Bijwerkingen zijn slaperigheid en soms leverbeschadigingen. Momenteel wordt er onderzoek gedaan naar andere medicijnen, maar de experimenten zijn nog niet afgerond.
Erfelijkheid Primaire epilepsie is een aangeboren en waarschijnlijk erfelijk gebrek. Het is dus verstandig om niet te fokken met dieren die er aan lijden.
Samenvatting Heeft uw huisdier toevallen dan kan dit epilepsie zijn, maar dit hoeft niet. Raak niet in paniek en neem contact op met uw dierenarts. Overleg met hem (of haar) of het nodig is nader onderzoek te doen en een behandeling in te stellen. Dieren met epilepsie kunnen hier heel oud mee worden. Epilepsie veroorzaakt maar uiterst zelden gedragsafwijkingen bij uw dier. Het is een aandoening waar zowel hond als baas mee kunnen leren leven.
Inleiding Met het stijgen der jaren neemt ook bij de hond de kans op problemen toe. In dit artikel zal ik de meest voorkomende kwalen behandelen. Hiernaast vindt u enkele tips over de voeding en verzorging van de oudere hond.
Leeftijd Wat is oud? Vaak wordt gesteld dat een hondenjaar gelijk staat aan zeven mensenjaren. Dit gaat niet helemaal op. Kleine hondenrassen kunnen vaak hoge leeftijden bereiken, terwijl de grote rassen niet zo oud worden. Voor kleine rassen is 13 jaar geen uitzondering, terwijl grote rassen blij mogen zijn als ze de 10 jaar halen. Ook het verhaal dat kruisingen ouder zouden worden dan rashonden is niet juist. Als we rekening houden met de grootte van de hond dan is er niet veel verschil.
Voeding en verzorging Net als bij ons gaat alles bij het oudere dier ook wat trager. Het uithoudingsvermogen neemt af, gezicht en gehoor worden minder en het dier heeft meer behoefte aan rust. Hou hier rekening mee en gun uw hond wat meer tijd. Hoewel er tegenwoordig veel zogenaamde seniorendiëten op de markt zijn is het niet nodig de voeding van uw huisdier te wijzigen zolang het dier gezond is. Bij overgewicht , lever- of nierkwalen ligt dit anders en is dieetvoeding noodzakelijk. Oudere dieren zijn minder actief dan jongere en hebben daardoor een lagere voedingsbehoefte. Let hier op, anders kan uw hond te zwaar worden. De vacht heeft meer verzorging nodig. Oude honden kunnen een zware vachtlucht hebben, vooral als ze nat zijn. Dit wordt vooral veroorzaakt door de samenstelling van het huidvet (talg). Wassen met een speciale hondenshampoo is een goede oplossing. Tip: wordt de vacht van uw hond erg droog na het wassen, spoel hem dan na met water met een beetje badolie erin, dan brengt u weer wat vet terug in de vacht. Het is nuttig om een keer in de week de hond even helemaal na te kijken. Let op de oren, het gebit en op mogelijke gezwellen. Bij teven is het belangrijk om de melkklieren regelmatig op knobbeltjes te controleren. Bij dit soort tumoren geldt dat hoe eerder er ingegrepen wordt, des te groter de overlevingskansen voor de hond zijn.
Ziektes Met het stijgen der jaren neemt ook bij uw huisdier de kans op ziektes toe. Veel van deze kwalen zijn het gevolg van slijtage of veroudering van het weefsel. Voorbeelden zijn staar, gewrichtsslijtage, gebitsproblemen en sommige hartklachten. Ook het afweerstelsel is minder actief, waardoor uw oudere dier meer kans heeft op allerlei infectie ziekten en gezwellen. Dit is de reden waarom ook een oudere hond regelmatig ingeënt moet worden. U kunt dit vergelijken met de griepprik bij bejaarde mensen. Uw huisdier blijft dan voor deze ziektes (Hondeziekte, Parvo, Weil, etc ) gespaard. Doofheid bij deze patiënten is vaak niet behandelbaar.
Er bestaan voor honden geen hoorapparaten. Vaak lukt het baas en hond om te communiceren door middel van gebarentaal. Een dove hond is niet meer verkeersveilig en zal dus aan de lijn uit moeten. Een verminderd gezichtsvermogen kan verschillende oorzaken hebben. Grijze staar, te herkennen aan een blauwgrijs verkleuring van het oog, is een echte ouderdomskwaal. Het leidt maar zelden tot blindheid. Het is operatief te verhelpen, mits de staar 'rijp' is en het oog geen andere afwijkingen vertoont. Een andere oorzaak is nachtblindheid, een erfelijk gebrek wat op oudere leeftijd tot totale blindheid kan leiden. Poedels en verschillende jachthondenrassen zijn hier gevoelig voor. Er is geen genezing mogelijk. Nieraandoeningen geven vage klachten. De hond is sloom en lusteloos, valt af, z'n vacht wordt dof en soms gaat het dier meer drinken en dus meer plassen. Alleen door bloedonderzoek kan met zekerheid worden vastgesteld of een dier een nierkwaal heeft. De behandeling bestaat uit het geven van dieetvoeding, eventueel aangevuld met medicijnen. Hartklachten bij de oudere hond komen meestal door lekkende hartkleppen. Met medicijnen en een aangepast dieet kunnen deze dieren geholpen worden.
Gebitsproblemen komen zeer veel voor. Het kan variëren van wat tandsteen en een bedorven adem tot een volkomen rot gebit. Behandeling is dankbaar; het dier is verlost van een hoop irritatie en de baas van veel stankoverlast. Bij teven vormen baarmoederontstekingen en melkkliergezwellen de twee belangrijkste doodsoorzaken. Typisch voor een baarmoederonsteking is een hond die ongeveer 6 weken na de loopsheid ziek wordt. De hond is lusteloos, eet slecht, drinkt veel en heeft soms een vieze uitvloeiing. Een snelle behandeling is noodzakelijk, uitstel kan dodelijk zijn. De teef moet geopereerd worden om de zieke baarmoeder te verwijderen.
Bij oudere reuen zien we veel prostaatklachten. Dit uit zich meestal in het verlies van kleine druppeltjes bloed, onafhankelijk van de plas. Het gaat hier om een goedaardige vergroting van de prostaat met soms een ontsteking erbij. De aandoening laat zich goed behandelen, maar wil nog wel eens terugkomen. Prostaatkanker komt bij de reu gelukkig maar zelden voor. Deze ziekte wordt veroorzaakt doordat de alvleesklier niet meer in staat is het hormoon insuline te maken. Dit insuline zorgt ervoor dat het suiker wat o. a. met de voeding binnenkomt, omgezet wordt in andere stoffen. Omdat er in het lichaam geen of te weinig insuline wordt aangemaakt, stijgt het bloedsuiker gehalte enorm. Dit heeft o. a. tot gevolg dat het dier ondanks soms aanvankelijk veel eten en dikker worden, later vermagert. Tevens zorgt het hoge bloedsuiker gehalte ervoor dat de nier onvoldoende vocht in het lichaam vast kan houden. Dit heeft tot gevolg dat uw huisdier zeer veel gaat plassen. Om dit vochtverlies aan te vullen gaat hij/zij tevens zeer veel drinken.
Om deze kwaal te behandelen, moeten we, aangezien de alvleesklier zelf geen insuline meer maakt, dit zelf aan het dier toedienen. Dit stuit op een paar praktische problemen, welke echter in de praktijk meestal goed zijn op te lossen.
Omdat het hormoon insuline uit eiwit bestaat, kan dit niet als tablet worden toegediend, omdat het dan net als andere eiwitten uit de voeding in het maagdarmkanaal wordt verteerd. Dit toedienen moet dus per injectie geschieden. Iets wat de eigenaar van het dier aanvankelijk erger vindt dan uw huisdier zelf. Deze went hier zeer snel aan, temeer daar het na het spuiten altijd te eten krijgt, en het spuiten dus al snel associeert met te eten krijgen. Aangezien de insuline behoefte van moment tot moment kan verschillen, moet de insuline 1x per dag worden toegediend. Tevens moet zo'n 2x per week de urine worden gecontroleerd, om te zien of nog wel de juiste hoeveelheid insuline wordt toegediend. Dit leert men in de praktijk meestal zeer snel aan.
Het spuiten van de insuline dient elke ochtend omstreeks dezelfde tijd plaats te vinden. Direct hierna moet een vast afgepaste hoeveelheid eten worden gegeven. Een 2e maaltijd moet omstreeks 16. 00 -16. 30 gegeven worden. De hoeveelheid voedsel moet steeds ongeveer gelijk gehouden worden, omdat met de hoeveelheid voedsel ook de hoeveelheid benodigde insuline mede samenhangt.
Het spuiten van een geringe hoeveelheid insuline levert nooit gevaar op. Wel gaat uw huisdier t.g.v. het stijgen van de bloed suiker spiegel weer zeer veel plassen en zeer veel drinken.
Wel zeer bedacht moet u zijn dat u niet veel te veel insuline inspuit daar dit kan leiden tot een zeer sterke bloedsuiker daling, welke uitmond in coma en sterfte. De eerste verschijnselen van zo'n 'Hypo' zijn: Honger, onrust, slap op de poten en spiertrillingen, later evt. bewustzijnsverlies. U dient uw huis dier dan onmiddellijk via zijn bek wat suiker/stroop/of zoet eten toe, en het dier herstelt snel. Wel ervoor zorgen dat er dan ook 's nacht extra eten ter beschikking staat en volgende dag een halve dosering spuiten. Het komt regelmatig voor dat honden (en ook andere dieren) veel drinken. Als de hond duidelijk meer drinkt dan normaal spreek je over te veel drinken. Een objectieve maat is als de hond meer drinkt dan 100 ml per kilogram lichaamsgewicht per 24 uur d.w.z. meer dan 1 liter per 10 kilogram per dag. Door dit vele drinken krijgt het lichaam natuurlijk veel vocht te verwerken en dus gaat het dier meer plassen.Er zijn heel wat verschillende oorzaken voor het vele drinken. De belangrijkste zal ik achter een volgens behandelen. Eerst nog wat over de diagnose.Het is vaak lastig om meteen de juiste diagnose te hebben , meestal moet er bloed- urine- en echografisch onderzoek gedaan worden, Dit gebeurt dan in verschillende stappen om zo onnodig onderzoek te vermijden. De hond moet dan wel een paar keer terugkomen of opgenomen worden.
De oorzaken:
Baarmoederonsteking Door hormonale en bacteriële invloeden gaat de baarmoeder ontsteken. Er hoopt zich pus in op en hieruit komen gifstoffen (toxinen) in de bloedsomloop.Hierdoor gaat het dier veel drinken. Dit ontstaat nogal eens na een loopsheid onder invloed van het zwangerschapshormoon progesteron. Loopt bet pus eruit, dan is de diagnose eenvoudig. Een echografisch onderzoek moet anders uitkomst bieden. De beste therapie is het operatief verwijderen van de baarmoeder.Dit moet dan wel zo snel mogelijk gebeuren, omdat bij het doorbreken van de pus naar de buikholte het dier in shock raakt en overlijdt.
Suikerziekte Bij suikerziekte wordt er te weinig insuline door de alvleesklier geproduceerd, waardoor er te veel suiker in het bloed komt en meestal ook in de urine. Suikerziekte komt vaak voor bij niet gesteriliseerde teven. Als het bij reuen voorkomt, moet er nagegaan worden of de bijnier niet te hard werkt, wat dan nogal eens de oorzaak is (Cushing). Een te hoog suikergehalte in het bloed is gemakkelijk aan te tonen. Bij de behandeling is het aan te raden de teef te steriliseren en bij reuen de eventuele aanwezige bijnierproblemen te behandelen (zie verder). Soms is dit voldoende om het suikergehalte omlaag te krijgen. Zo niet, dan moet het dier elke dag op een vaste tijd met insuline worden ingespoten en ook elke dag op vaste tijden zijn voedsel krijgen. Honden zijn zo vaak goed te 'reguleren'. Chronisch nierprobleem Ook dit kan een oorzaak zijn voor veel drinken. De nier is dan niet meer goed in staat om de gifstoffen (o.a. ureum) uit het bloed te filteren en deze gaan zich dan in het bloed ophopen. Het ureum is gemakkelijk aan te tonen in het bloed en samen met een echo van de nieren is de diagnose vaak goed te stellen. Als therapie moet de bond eiwitarm voer krijgen , zodat er minder gifstoffen ontstaan. Experimenteel is men bezig om bet dier te ondersteunen met medicijnen die de bloeddruk in de nier verlagen (zg. E.C.M.- remmers). Dit is veelbelovend.
Te hard werkende bijnier Dit noemt men ook wel het Syndroom van Cushing. De oorzaak is of een tumor in de bijnier die hormonen produceert, of een tumor in het hersenaanhangsel (hypofyse), waardoor de bijnier te veel gestimuleerd wordt om hormonen aan te maken. Vaak komt bij deze afwijking ook nog een te hoog suikergehalte voor. De bonden worden dan kaal en krijgen een dikke buik. De diagnose is lastig. Er moet bloed- en urineonderzoek gedaan worden. Ook moet er een echo van de bijnieren gemaakt worden en eventueel een computertomogram van de kop. Dat kan alleen op de faculteit Diergeneeskunde te Utrecht gedaan worden en is erg duur. Is er spraken van een bijniertumor dan kan deze soms operatief verwijderd worden. Ook een hypofysetumor kan soms operatief weggehaald worden. Als dit niet mogelijk is, of de eigenaar vindt de kosten te hoog, dan kan de bijnier met medicijnen kapot gemaakt worden. Hierna moet de hond zijn gehele verdere leven hormoontabletten slikken om de bijnierhormonen aan te vullen.
Afwijkingen die minder vaak voorkomen De nier is niet in staat de urine te concentreren (diabetes insipidus) Dit is aan te tonen met een dorstproef. Een te hard werkende schildklier (hyperthreoidie),het schildklierhormoon is aan te tonen in het bloed. Bij leveraandoeningen gaat het dier ook veel drinken en ook dit is aan te tonen in het bloed. Te veel calcium in het bloed bij bijschildklierproblemen, of ten gevolge van tumoren. Eveneens in het bloed aan te tonen. Bij overvulling van het hartzakje. Röntgenfoto's en een echo kunnen dit aantonen.
Soms is er geen enkele fysieke oorzaak te vinden voor het vele drinken. Dan is de enige verklaring te vinden in het psychische vlak, vaak door stress. Veel drinken bij dieren kan een lastig probleem zijn, niet alleen voor de eigenaar. Men moet soms een lange adem hebben en soms ook nogal wat kosten maken alvorens de oorzaak gevonden is. Maar een behandeling is meestal wel mogelijk.
|
|