koeien.gif

Dierenkliniek Joure
Oer de Feart 161
T. 0513 - 41 21 66
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

Informatie paard

Inleiding
Er zijn veel verschillende soorten wonden: snij, brand, kneus, steek, bijt, schaafwonden, maar meestal betreft het bij paarden een scheurwond die gelokaliseerd is op de benen.
Elke wond is ook anders, er zijn altijd weer andere weefsels geraakt (slijmbeurzen, pezen en of gewrichten, etc.), dus elke wond behoeft een andere aanpak. Toch zal hieronder worden geprobeerd om een systematische aanpak te laten zien.

Behandeling ja of nee?
Of een wond in aanmerking komt voor behandeling hangt van een aantal factoren af, zoals:

Hoelang, diepte, locatie, grootte en soort wond
Gebruiksdoel paard
Motivatie eigenaar
Financiën en verzekering

Eerste opvang wond: STABILISATIE 
Wat je zelf kan doen

RUST: een paard in paniek is eerder in SHOCK
Arteriële bloeding? Knevel aanleggen boven de wond  of afklemmen met tangetje of heel stevig drukverband.  Voorkomen van secundair trauma. Bijvoorbeeld wanneer pezen door zijn, leg dan een  stevig steunverband aan op de kogel tegen het overkoot gaan
Tegengaan van contaminatie. Dit betekend het zichtbare vuil afspoelen met water, dit heeft meteen ook een koelend effect.
Verder geen middelen, zalfjes, antibiotica op de wond smeren. 
Factuur (een botbreuk). Probeer dan het been te stabiliseren m.b.v. een spalk. Dit betekend dat het gewricht boven en onder de breuk in de spalk moeten zitten.
Geef nooit pijnstilling bij factuur, want hierdoor  gaat het paard het been weer belasten.

Wat doet de dierenarts

Verzorging paardPaard sederen, algemene verdoving of alleen lokaal 
Is het paard niet tegen TETANUS gevaccineerd, nee dan krijgt het paard antiserum toegediend.
Paard krijgt antibioticum toegediend in het algemeen via bloed en vervolgens minimaal een aantal dagen oraal.  
Wond opfrissen, dit betekend dat de wond weer vers gemaakt wordt en dus ook weer gaat bloeden. Rondom scheren, schoonspoelen met fysiologisch zout, randen weghalen, dood weefsel verwijderen.
Of de wond gehecht wordt hangt van de volgende factoren af: grootte van de wond, locatie, hoe oud is de wond, weefselverlies.
Evt. drain aanleggen bij diepe wond, zodat het niet steriele wondvocht er uit kan lopen
Aanleggen van een beschermend of ondersteunend verband.
Vaak na hechten indien mogelijk 1 a 2 dagen droog drukverband.
Niet te hechten dan 3 a 4 dagen nat jodium verband en nabehandelen met Vulketan® gel tegen wildvlees. 
Verder krijgt het paard een bewegingsadvies, afhankelijk van lokalisatie wond. Vaak zal dit beginnen met enkele dagen boxrust en dan geleidelijke opbouw in de beweging.
Eventueel bij ernstige verwondingen zal de dierenarts altijd doorverwijzen naar de Universiteit in Utrecht of andere specialistenkliniek

Blijf altijd kalm en bel ons bij twijfel!

Vaccineren heeft tot doel de weerstand van het paard op kunstmatige manier te verhogen door middel van het toedienen van een lichaamsvreemde stof. Op deze manier zal een natuurlijke infectie worden voorkomen of zullen de ziekteverschijnselen in ieder geval sterk verminderd zijn. Ook kan passief het veulen via de melk beschermd worden tegen bepaalde infecties. Wanneer een drachtige merrie geënt wordt, gaat ze antistoffen produceren. Deze antistoffen worden in de melk uitgescheiden en worden via de darm in de bloedbaan van het veulen opgenomen. 
Bij het paard komen, evenals bij elke andere diersoort, veel virussen en bacteriën voor, die een infectie kunnen veroorzaken. In het kader van de verkrijgbare entingen zijn een drietal ziekten belangrijk, te weten influenza, rhinopneumonie (EHV) en tetanus. 

Influenza

Het influenzavirus behoort tot de groep van de Orthomyxo virussen. Het virus veroorzaakt een infectie van de voorste luchtwegen, met eventueel hoge koorts, niet eten, algemeen ziek zijn en hoesten. De koorts kan verschijnen in een twee tal koortspieken. Als gevolg van de slijmvliesbeschadigingen door het virus, kunnen bacteriën, die normalerwijze op de slijmvliezen voorkomen, zorgen voor een secundaire infectie. Veulens, die van de merrie onvoldoende antistoffen via de biest hebben binnen gekregen kunnen aan een influenza infectie sterven. Volwassen paarden sterven zelden aan een influenza infectie.
Er bestaan van dit virus meerdere stammen. Elke stam kan een virusinfectie veroorzaken, waarbij sommige virussen onderling een sterke verwantschap hebben. Een praktisch gevolg hiervan is, dat een bepaalde stam uit een entstof uiteindelijk een zodanige weerstand veroorzaakt, dat het dier tegen twee stammen beschermd is. Dit noemt men kruisimmuniteit. 
In verband met een goede weerstand bij het geënte dier is het zinvol om het paard twee keer per jaar te vaccineren tegen influenza.Voor wedstrijden geldt tot nu toe een jaarlijkse hervaccinatie (binnen 365 dagen herhaald) na een correcte basisenting. 
De basisenting bestaat uit een dubbele enting met een tussen tijd van vier tot zes weken. Voor het veulen geldt dat de eerste enting op een leeftijd van drie tot vijf maanden toegediend moet worden. Dit is mede afhankelijk van het tijdstip waarop de merrie gevaccineerd is.

Tetanus  
Verzorging paardTetanus wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetanie. Een infectie kan ontstaan na een diepe steekwond of na een wondinfectie met veel weefselversterf. Paarden zijn erg gevoelig voor deze bacterie en kunnen er bij onvoldoende behandeling aan sterven. De bacterie is een bodembewoner, die altijd en overal om ons heen voorkomt. In een diepe wond gaat de bacterie zich vermeerderen, en een gifstof (toxine) produceren waardoor in de spieren over het gehele lichaam kramp ontstaat. De tijd tussen het moment van besmetting en eerste verschijnselen van de ziekte bedraagt meestal 7-10 dagen. 
De ziekte begint vaak met een stijfheid van de kauwspieren (een andere naam voor tetanus is klem of kaakklem). Deze stijfheid breidt zich uit over de spieren van hoofd, hals en benen. Hierna ontstaat het stadium van de kramptoestand, waarbij dieren eventueel kunnen gaan omvallen. Als de kramp zich uitstrekt over de tussenribspieren, zal het paard als gevolg van verstikking sterven. Een preventieve enting is hier dus van levensbelang. Vaak wordt de enting tegen influenza gecombineerd met tetanusvaccinatie, waardoor bij een frequent geënt paard een goede bescherming gewaarborgd is. 


Rhinopneumonie
 
Rhinopneumonie bij het paard wordt veroorzaakt door een Herpes virus en kent een drietal verschijningsvormen. 

De ademhalingsvorm
Dezevorm toont zich net als de influenza als een virus- infectie van de voorste luchtwegen, met koorts en algemeen ziek zijn en eventueel dikke benen. 
De koorts kan zich met twee pieken presenteren. Als complicatie kan een longontsteking ontstaan. Besmetting ontstaat vooral in het directe neus contact met andere paarden. 

De abortusvorm

Drachtige merries, die geïnfecteerd worden met het EHV, kunnen aborteren. Belangrijke preventieve maatregelen zijn: 
- weinig/geen contact met andere paarden. 
- enten van de drachtige merrie op de 3e, 5e, 7e en 9e maand van de drachtigheid. 

De neurologisch(verlammings) vorm

Deze zou vooral ontstaan als virusdeeltjes zich binden aan door het paard geproduceerde antistoffen. Aan de combinatie virusdeeltje-antistof kan zich nog een derde stof binden, waardoor een groter deeltje ontstaat, welk vast kan lopen in bloedvaten, die naar zenuwvezels lopen. Door een tekort aan bloed sterven de zenuwvezels af en ontstaat de gevreesde verlamming van de spieren van de achterhand. 

Een typische eigenschap van het Rhinovirus is, dat het dieren kan infecteren, zonder dat deze dieren ziekteverschijnselen tonen. Een andere typische eigenschap van het virus is, dat het zich in het lichaam verborgen kan houden om bij voor het paard stressvolle omstandigheden alsnog de kop op te steken. 
Preventie is mogelijk door middel van een vaccinatie die echter minimaal twee keer per jaar moet worden gegeven. Belangrijk is ook, dat de enting als groepsenting wordt gegeven. Het enten van 1 paard in een groep paarden die niet geënt worden tegen de “rhino” blijkt niet zinvol.

Paarden van elke leeftijd, elk ras en gebruikstype herbergen permanent parasieten in het lichaam. Veel wormen hebben het maagdarmkanaal als voorkeursplaats en indien paarden niet regelmatig ontwormd worden kunnen deze parasieten een bedreiging worden voor de prestaties en de gezondheid van het dier. 

 

Ziekteverschijnselen  

Slechte conditie en ruige vacht met (te) lang haar en een trage verharing 
Verminderde eetlust of juist vermeerderde eetlust 
Koliek (heftige buikpijnen) 
Bloedarmoede (geeft bleke slijmvliezen) 
Diarree of soms juist verstopping 
Gestoorde en vertraagde groei 

Infectieroute
Eieren van maagdarmwormen komen voor in de omgeving van ieder paard. Deze zitten niet alleen op het gras maar ook in het hooi, het stro en in besmet water. Ook op de stalvloer kunnen eieren of wormlarven overleven. Het paard wordt dus besmet bij het eten, het drinken of zelfs door het likken van de vloer of wanden. Het paard neemt wormeieren op met de voeding. De eitjes of de larven die opgenomen zijn ontwikkelen zich in of al buiten het lichaam tot een volwassen worm die zich in de maag of de darmen bevind. Dit geeft aanleiding tot de uitscheiding van miljoenen eitjes met de mest die op hun beurt de omgeving besmetten. Door regelmatig te ontwormen wordt deze parasitaire cyclus doorbroken en vermindert het gevaar op besmetting.

Cyclus worm paard

Cyclus van een worm:

1. ei (groen)

2. larve (blauw)

3. Worm (rood)

 

Soorten parasieten
Het paard kan besmet worden door een groot aantal parasieten. De ernst en het soort van de besmetting hangt af van de leeftijd van de paarden en de manier waarop ze gehouden worden. 

Parasieten van het veulen 
Spoelworm (Parascaris equorum) 
Veulenworm (Strongyloïdes westeri) 

Parasieten van paarden op de weide 

Kleine strongyliden (b.v. Cyathostominae spp.) 
Grote strongyliden (b.v. Strongylus vulgaris) 
Larven van de paardenhorzel (Gasterophilus intestinalis) 
Haarworm (Trichostrongylus axei) 
Lintwormen (bv. Anaplocephala spp.) 

Parasieten van paarden in de box 
Aarsmade (Oxyuris equi), 
Spoelworm (Parascaris equorum) 
Veulenworm (Strongyloïdes westeri)

Zitten de wormen altijd in de mest? 
Slechts enkele soorten van de parasieten bij het paard kunnen met het blote oog gezien worden in de mest:
Larven van de paardenhorzel: na een ontwormingskuur of in de lente. Ze zien er uit als dikke, bruine geribbelde maden. 
Larven van de kleine strongyliden kunnen in de lente gezien worden als kleine rode wormpjes van ongeveer 0,5 cm. Dikwijls zien we dan tegelijk diarree optreden.
Zeer zelden kan men spoelwormen zien als witte wormen van enkele centimeters lang of stukken van lintworm die er uit zien als langwerpige, witte segmenten van ongeveer 0,5 cm. De andere parasieten zijn niet zichtbaar met het blote oog. Met een microscoop is het mogelijk om in de mest de eitjes of larven van de verschillende soorten te onderscheiden en te tellen. Dit onderzoek noemt men ¨coproscopie¨. Dit onderzoek stelt ons in staat de soort en de graad van de besmetting vast te stellen. Op basis van deze resultaten kan dan in overleg met de dierenarts een aangepast ontwormingsschema opgesteld worden.

Lokalisatie 
De parasieten kunnen zich in belangrijke organen bevinden die daardoor een verstoorde werking kunnen vertonen. Afhankelijk van de plaats in het lichaam waar de parasiet zich bevindt, kan zelfs een lichte besmetting de weerstand en de prestatie van het paard verminderen. Parasieten kunnen in verschillende stadia aanwezig zijn. Als ei, larve of volwassen worm.

Besmettingsgraad
De besmettingsgraad van weiden wordt zeer sterk beïnvloed door de beweidingsgeschiedenis, de weersomstandigheden en het seizoen. Deze bepalen ook de soorten parasieten die voorkomen. Paarden kunnen op elk moment van het jaar besmet worden met parasieten. Toch zijn er twee periodes die belangrijk zijn voor een behandeling tegen parasieten: de lente en de herfst. Dit zijn belangrijke periodes voor de behandeling tegen kleine Strongyliden en de paardenhorzel. 

Bestrijding
De beste methode blijft het regelmatig ontwormen van alle dieren aangevuld met goede hygiënische maatregelen. Voor de keuze van het ontwormingsmiddel zijn deze criteria belangrijk :
 De werkzaamheid: bij sommige producten zoals benzimidazoles heeft men aangetoond dat bepaalde wormsoorten meestal ongevoelig zijn (= resistent zijn) voor deze producten. 
Het brede spectrum: bepaalde middelen kunnen in één behandeling een groot aantal parasietsoorten effectief bestrijden. 
De veiligheid: men moet er steeds op letten dat het gekozen middel bij de juiste dieren wordt toegepast (b.v. leeftijd). 
Alle behandelingen moeten worden afgestemd op het gewicht van het dier. 
Om een idee te geven, vindt u hieronder het gemiddelde gewicht van het volwassen dier van de meest voorkomende rassen. Arabier 500 kg, Draver 600 kg, Fjord 500 kg, Haflinger 500 kg, Halfbloed 800 kg, IJslander 400 kg, Ncw Forest 450 kg, Shetlander 250 kg, Trekpaard 1200 kg, Volbloed 600 kg, Welsh 400 kg.
Het is belangrijk om de paarden regelmatig te ontwormen om het besmettingsniveau terug te dringen. Paarden op de weide moeten vaker ontwormd worden dan paarden in de box. Mestonderzoek kan hierbij helpen. 

Bestrijdingsprogramma’s

Merrie met veulen 

Behandel de merrie rond het veulenen. 
Behandel het veulen op een leeftijd van 1 week oud. 
Behandel de merrie en het veulen bij het uitweiden en vervolgens elke 6 weken tot het spenen (merrie en veulen altijd gelijktijdig behandelen), 
Behandel de merrie en het veulen bij het opstallen aan het einde van het weideseizoen. 

Volwassen paarden 

Behandel bij het uitweiden. 
Behandel vervolgens elke 6 weken tot het einde van het weideseizoen 
Verder moet het ontwormen van een paarden vooral gezien worden als een strategie. Men moet ook rekening houden met de omgeving van het paard en de groep waarin het verblijft. Behandel alle dieren die in dezelfde groep verblijven. Op die manier wordt de totale besmettingsdruk verlaagd en vermindert de kans op overdracht van besmettingen van niet-behandelde naar behandelde paarden. Plaats niet te veel paarden op dezelfde weide. Overbeweiding bevordert de opbouw van de weidebesmetting. Verwijder één maal per week de mest van de weide. Verweid de paarden regelmatig naar een veilige, schone weide. Dit is een weide die gemaaid en gehooid is of die niet eerder is beweid door paarden afgelopen 12 maanden. 
Zorg voor een goede afwatering van de weiden. Reinig en desinfecteer de boxen met warm water onder hoge druk om parasieteieren te verwijderen, vooral spoelwormeieren zijn zeer moeilijk te elimineren. Ontworm elk nieuw paard en plaats het 2 dagen afgezonderd van de groep; hiermee wordt de kans op insleep van mest, besmet met wormeieren, sterk verminderd. Was en desinfecteer regelmatig de dekens en het bandagemateriaal om de overdracht van huidparasieten te vermijden, vooral tijdens de winter. Op deze manier krijgt u een gezond en parasietarm paard op stal te staan

Inleiding
Koliek zijn eigenlijk pijnuitingen van een paard met meestal als oorzaak buikpijn. De verschijnselen zijn afhankelijk van ras, karakter en leeftijd als volgt:

Krabben met voorbeen
Onrust
Afwisselend liggen en staan
Buik kijken, trappen, bijten
Rollen
Op rug blijven liggen
Ernstig zweten


Snel handelen

Meestal is de oorzaak van koliek een onschuldige kramp, soms echter komen de koliekverschijnselen door een verdraaiing of verstopping van de darm. Hierdoor ontstaat er een gestoorde bloedcirculatie in die darm met als gevolg dat de darm door zuurstoftekort niet meer goed kan functioneren. Darminhoud lekt dan al binnen enkele uren naar de buikholte en dit geeft een zeer slechte prognose.

Verzorging paard Wanneer er een verstopping of verdraaiing vooraan in de darmen zit, loopt de maag vol met vocht met als gevolg dat deze kan knappen (paard kan niet braken!). Dit is soms te zien door iets groene uitvloeiing uit de neus.
Ook is er kans op SHOCK door ernstig zweten en vochtverlies via de maag, dit proces is alleen met zeer veel infuus weer om te draaien en dus erg riskant.
Ook bij een krampkoliek geldt, hoe eerder pijnstilling hoe beter, want een  paard gaat dan niet meer rollen en heeft dus minder kans op verdraaiingen van de darmen.

Oorzaken

Er zijn zeer veel oorzaken van koliek. Hieronder staan er een aantal genoemd:
Parasitaire gastritis, Ileumobstipatie, Maagulcera, Lintworminfectie, Plaveiselcelcarcinoom, Obstipatie, Maagoverlading, Zandophopingen, Maagimpaction, Meteorismus, Vergroeiingen, Invaginaties, Krampkoliek, Liggingsveranderingen, Enteritis, Colitis X, Spoelwormen, Obstructies, Paralytische, ileus Meconiumobstipaties, Strangulatie, Ruptuur, Afklemming in hernia’s, Verlamming, Afklemming door bride, Wormaneurysma, Peritonitis, Ascites, Gesteeld lipoom, Aangeboren atresie,
Dit is aan de buitenkant echter nooit te zien!!!

Zelfdoen

Geen eten en drinken meer geven (muilkorf
Pols proberen op te nemen: mag niet hoger dan 40 sl/min zijn
Zorg dat paard niet kan rollen, stil liggen mag anders mee wandelen


Wanneer bellen

Zeer heftige koliek
Langer dan een half uur lichte koliek
Lichte koliek maar pols boven de 40 sl/min
Tevergeefs probeert te mesten of urineren


Wat doet de dierenarts

Probeer op de volgende vragen een antwoord te hebben voor dat de dierenarts komt, hij/zij zal er zeker naar vragen.

Hoelang duurt de koliek
Is de buikomvang toegenomen
Komt er nog steeds mest of wind af
Wanneer is het paard voor het laats ontwormd
Op wat voor strooisel staat het paard
Wat is het rantsoen
Wat voor werk heeft het paard pas gedaan
Merries: drachtig en hoelang
Al eerder koliek gehad en hoe is dat verlopen

Hierna zal de dierenarts het paard algemeen onderzoeken. Hij let daarbij op de volgende zaken.

Pols: zegt iets over de ernst 
Perifere huidtemperatuur en turgor (vochtstatus van paard)
Temperatuur: onderscheid shock of excitatie (stress)
Slijmvliezen
Auscultatie van buik: darmgeluiden, gas, buikspanning
Eventueel kan dit onderzoek aangevuld worden met:
Rectaal onderzoek
Leeghevelen overvulde maag
Buikpunctie


Hierna zal afhankelijk van de diagnose een therapie worden ingesteld Een paar gebruikelijke middelen worden hieronder genoemd.

Krampkoliek: pijnstilling met darmverslapper
Verstopping: ook nog 2 liter paraffine in de maag 
Verdraaiing of onbekende oorzaak: doorsturen naar kliniek

Inleiding
Paarden hebben net als mensen een melkgebit en een blijvend gebit. Het melkgebit bestaat in elke kaakhelft uit drie snijtanden en drie kiezen; dus in de bovenkaak in totaal snijtanden en zes kiezen en inde onderkaak zes snijtanden en zes kiezen. De melksnijtanden breken door – vanaf het midden naar de zijkant rond 0-8 dagen , 6-8 weken respectievelijk 6-8 maanden. De melkkiezen (premolaren) zijn bij de geboorte meestal al doorgebroken en ook al in slijting (ze sluiten op elkaar aan en kunnen afslijten).

Wisselen
Het wisselen van de tanden begint op 2.5 jarige leeftijd. De snijtanden wisselen – weer van af het midden naar de zijkant – op 2,5, 3,5 en 4,5 jaar. De keizen wisselen - van voor naar achteren – op 2,5, 3 en 3,5 jaar. De tanden en kiezen beginnen dus tegelijk met wisselen, maar bij de kiezen is het wisselproces sneller voltooid. Naast bovengenoemde tanden en kiezen heeft het paard een aantal gebitselementen, die niet door melktanden vooraf worden gegaan. Het betreft de achterste drie keizen in iedere kaakhelft (molaren). Deze breken door op 1-, 2-, en 3-jarige leeftijd en komen in slijting op 2, 3 en 4 jaar. End dan zijn er nog de hengsten-, haak- ofwel ruinentanden. Deze breken door tussen 4 en 5 jaar en bevinden zich vrij kort achter de buitenste snijtanden, in elke kaakhelft één. Niet alleen mannelijk e dieren hebben hengstentanden , ook bij een deel van de merries komen ze tot ontwikkeling, maar ze zijn dan in het algemeen veel kleiner. P ongeveer 5-jarige leeftijd hebben de meeste paarden een volledig gebit met permanente elementen. Een volwassen mannelijk paard heeft dus 40 permanente elementen. Een volwassen merrie heeft 36 tot 40 permanente elementen, omdat merries wel of geen haaktanden kunnen hebben.

Wolfskiezen zijn kleine kiesjes voor de eerste kies, meestal in de bovenkaak, maar in de onderkaak kunnen ze ook voorkomen. Ze hebben geen functie en zijn niet bij alle paarden aanwezig. Om te voorkomen dat deze wolfskiezen problemen geven met het bit, is het verstandig om ze te verwijderen (bij fokmerries dien niet worden gereden, is dit dus in het algemeen niet nodig). Dit moet wel vakkundig gebeuren, wolfskiesjes zijn namelijk klein en breken gemakkelijk. Ook restanten van de wordtel kunnen problemen geven. Het afknippen van wolfskiesjes is dus zeer onverstandig. Er kan ook sprake zijn van ‘blinde’ wolfskiezen, waarbij het kiesje niet is doorgebroken, maar meestal duidelijk voelbaar is (een bultje onder het tandvlees). Deze kunnen zeker ook problemen veroorzaken, juist omdat in dit geval het bedekkende tandvlees bekneld kan raken tussen kies en bit en zo pijnreactie kan geven.

Kauwen
Paarden en paardachtigen hebben een zogenaamd hypsodont gebit. Dat wil zeggen, dat de snijtanden en keizen – nadat deze hun maximale lengt hebben bereikt, namelijk wanneer het paard ongeveer 6 jaar oud is – langzamerhand uit de tandkas groeien. Tegelijkertijd slijten de tanden aan het kauwoppervlak af als gevolg van het vermalen van voedsel. Op jonge leeftijd gaat dit proces met een snelheid van ongeveer 2 tot 4 mm. Per jaar. Op ouder leeftijd, boven circa 22 jaar , verloopt dit proces steeds langzamer. Op een gegeven moment is er nog maar zo weinig houvast in de kaak, dat de kiezen en/of tanden los gaan zitten, uitvallen of verwijderd moeten worden. gebit van het paard
Een tand of kies bestaat uit een wortel en een kroon. In de mondholte zien we de zogenaamde klinische kroon; dit is het gedeelte van de tand of kies dat boven het tandvlees uitsteekt. De reserve kroon – het deel van de kroon dat zich onder het tandvlees in de kaak bevindt tussen de wortel(s) en de klinische kroon – is dus niet zichtbaar. Wanneer uitgroei en afslijting in evenwicht zijn, blijft de hoogt van de klinische kroon in de loop van de tijd ongeveer hetzelfde.
Bij een jong volwassen paardengebit zijn de kaaktakken van de onderkaak bijna geheel gevuld met kieswortels en reservekronen en hebben aan de onderzijde een afgeronde vorm. Door de uitgroei van de kiezen verdwijnt deze ‘vulling’ langzamerhand en bij een paard op leeftijd worden de onderkaaktakken op doorsnee steeds meer V-vormig. De bovenkaak is breder dan de onderkaak, en ook de bovenkaakkiezen zijn breder dan de onderkaakkiezen, zodat in rust de bovenkiezen aan de wangkant buiten de onderkiezen uitsteken en de onderkiezen aan de tongzijde buiten de bovenkiezen. Tijdens het kauwproces beweegt de onderkaak zich in een cirkelvormige beweging naar beneden, opzij, naar boven en weer terug. Door normale kauwbeweging wordt toch het gehele kauwoppervlak afgesleten. Naast de zijwaartse beweging, is er ook een voor-achterwaartse beweging van de onderkaak (die moet kunnen plaatsvinden bij gesloten mond): de onderkaak beweegt ten opzichte van de bovenkaak naar voren als het paard het hoofd naar beneden beweegt of de hals buit en naar achteren, als het paard het hoofd omhoog brengt of de hals strekt, Door deze bewegingen blijft de druk in het kaakgewricht binnen normale grenzen.
Tenslotte moet de hoek, die het kauwoppervlak met de horizontaslijn maakt, binnen normale marges blijven. Voor het kauwoppervlak van de kiezen geldt een hoek van ongeveer 15°, waarbij het kauwoppervlak van de onderkiezen naar de tongzijde oploopt en het kauwoppervlak van de bovenkiezen naar de wangzijde afloopt. Voor het snijvlak van de snijtanden geldt een hoek van circa 10° tot 12° met de onderkaaklijn. In de praktijk kun je aanhouden, dat het snijoppervlak van opzij bekeken, ongeveer evenwijdig moet lopen met de neusrug.

Afwijkingen
Juist door het feit dat er in het paardengebit een evenwicht moet zijn tussen uitgroei en afslijting van gebitselementen, ontstaan er gemakkelijk problemen. Als bepaalde delen van het kauwoppervlak niet of te weinig afslijten , groeien deze uit tot haken, scherpe randen of verhogingen ten opzichte van de kauwvlakte en kunnen daardoor de normale zijwaartse en voor-achterwaartse beweging van de onderkaak belemmeren.

Onmiskenbare signalen
Paarden met tandproblemen kunnen door pijn en irritatie onmiskenbare signalen afgeven dat er iets mis is in de mond.
Verschijnselen die hier op kunnen duiden zijn:
• morsen met eten, proppen kauwen, moeite met eten, veel speekselen
• gewichtverlies
• slecht verteerde mest
• hoofdschudden, kantelen, bit vastpakken, onrustige tong op het bit, tegen de hand zijn, vechten tegen het bit
• slecht presteren, slecht aan de teugel zijn tot zelfs bokken
• vieze stank uit de mond, eventueel bloed uit de mond
• neusuitvloeiing, zwellingen van het kaakbot
Evengoed kunnen er flinke problemen in de mond aanwezig zijn, zonder dat het paard daar duidelijk verschijnselen van laat zien. Het is dus zeker ook niet zo, dat een paard in goede lichamelijk conditie altijd een perfect gebit heeft!

Gebitsbehandeling

Een volledig gebitsbehandeling kost  tijd, zo’n 15 tot 60 minuten. Wij behandelen in het algemeen de paarden aan huis, in hun eigen stal. Het voordeel van het inhuren van een dierenarts is, dat wij de paarden kunnen  sederen (verdoven). Dit spaart veel leed bij uw paard.